zaterdag, januari 06, 2007

Intelligibel

Door Wybo Mentink

Vandaag probeer ik er nog iets van te maken. Om de uitzicht(s)loosheid van het leven te bestrijden. Om maar niet te spreken van het winterse weerbeeld. Dat valt bij mij wis en waarachtig nog niet mee. Ik word sinds ik mij kan heugen onveranderlijk geplaagd, gekweld en gestoord door vervelende en ongemakkelijk tekorten, die bij ongedisciplineerde geesten al snel tot ontstemming kunnen leiden: een chronisch geldgebrek om ten volle te kunnen genieten van het goede leven, creativiteitsbelemmerende afwezigheid van vrouwelijke aandacht en gezelschap en een verlaagd bewustzijn m.b.t. de volgende generatie (ik zou nog wel eens een paar/stel, drie in getal, kinderen op de wereld willen zetten, alhoewel ik deze zo zou opvoeden dat in de geschiedschrijving gewag gemaakt wordt van Het Onbegrijpelijke Trio, drie onhandelbare en onweerstaanbare meisjes die het bevoegd gezag hoofdbrekens opleveren en mannelijke tegenstrevers menige angstdroom -en niet ten onrechte!- bezorgen, ik roem hun naar ontsporing neigende kwaliteiten door de (On)deugdelijkheid (Ayaan HA/M-achtig wezen, geen ontzag voor gezag), de (On)tijdelijkheid (Paris Hilton-achtig wezen, ik heb een nieuw (crypto)feministisch vriendje en hij houdt van geheimzinnigheid, mystificatie en mythevorming, cultuur, religie, muziek, kunst en wetenschap en het is bijna niet geloven maar -zo verzekert hij mij bij voortduring, tot vervelens toe dus- ook van mij) en de (On)vrouwelijkheid (Nina Hagen-achtig wezen: unbeschreiblich weiblich) aan te roepen of aan te schrijven in de intelligibele wereld).

Omdat ik maar wat aan het rondlummelen ben in mijn gedachtegangen (ronddolende geesteswandelingen noem ik het maar want het zijn moeilijk beschrijfbare figuren/sporen) en momenteel verder toch geen dringender zaken omhanden heb, heb ik vandaag twee werken van Plato (ja hij weer, ik ben bezig met een moderne versie, Plato voor de Arbeiders, ook voor kenniswerkers luidt de ondertitel) te weten, de Jongensvriend en de Staatsman, de kritiek van de praktische rede van Immanuel Kant en als verlucht(ig)end tegenwicht Vrouwengesprekken van Desiderius Erasmus op mijn leesprogramma staan (De vrijer en zijn meisje, Het meisje dat niet wilde trouwen en Het meisje dat tot inkeer kwam zijn bijzonder aanbevelenswaardig voor Femke H.). Ik kon me echt opwinden over de schrijfwijze van Immanuel Kant, in zijn eerste kritiek, maar de ontspanning treedt al snel in bij het lezen van de praktische rede. De opzet oogt vertrouwd en met het concept intelligibele wereld en de plaatsbepaling van de praktische rede (het primaat) komen we uiteindelijk veel verder. Zo blijkt achteraf. Handelingen met voorbedachte rade: dit is een perfect bruggetje naar mijn volgende drie concrete onderwerpen.

1. Jan Marijnissen: een gecoordineerde en beredeneerde reeks aanvallen op de SP, zijn basis en zijn methoden. Doel is de SP te hervormen (verbeteren, versterken, verbreiden) en Agnes Kant het leiderschap te bezorgen. Ik ga op zijn forum sp.nl discussieren en als ik in mijn verhaal hard uithaal dan is dat in eerste instantie niet mijn intentie doch slechts of eenvoudigweg mijn (politieke) plicht.
2. Henri Lenferink: een gecoordineerde en beredeneerde reeks aanvallen op de eerste burger van Groot-Leiden. Doel is de bestuurlijke zwakte in Groot-Leiden aan te pakken en een vrouwelijke burgemeester te verwelkomen. Deze man is onbereikbaar, dus ik overweeg een briefwisseling.
3. Wouter Bos: een gecoordineerde en beredeneerde reeks aanvallen op de PvdA-leider. Dit vind ik echter te makkelijk en ik voel zowaar enig mededogen met de voorman, dus eerst maar eens die eerste twee opgaven en natuurlijk mijn favoriete bezigheid, het schrijven van een hilarische sollicitatiebrief: een schrijven met als oogmerk dat het de menselijke lachlust opwekt.

Drie maagdelijke a-viertjes, een hagelwitte envelop en een dure stickerpostzegel dat is alles om deze dag niet als verloren te beschouwen. Wat heeft een mens toch weinig nodig om gelukkig te zijn.